Spitsstroken

Spitsstroken

Ze schieten als paddenstoelen uit de grond: Spitsstroken. In 2011 kwamen op maar liefst zeven verschillende trajecten extra rijstroken beschikbaar op bekende knelpunten tijdens de spitsuren. Helaas bestaat er toch nog veel onduidelijkheid over. Welke verkeersregels gelden er eigenlijk? Mag je de doorgetrokken lijn nu wel, of juist niet passeren? En waarom zijn ze niet altijd beschikbaar? Waarom plaatst Rijkswaterstaat juist bij slechte weersomstandigheden, als de spitsstrook extra nodig lijkt, rode kruizen boven die fijne extra rijstrook?

Allereerst is het van belang te weten dat er twee soorten spitsstrokenzijn: de zogenaamde plusstrook en de ‘echte’ spitsstrook. De plusstrook is een (smallere) rijstrook aan de kant van de middenberm van de rijbaan, geschieden door een onderbroken lijn. Een extra linkerrijstrook dus. Buiten de spitsuren wordt deze door middel van rode kruizen afgesloten voor het passerende verkeer. Zodra het verkeersaanbod groeit naar meer dan 1350 passerende voertuigen per uur zal de plusstrook opengesteld worden.

De spitsstrook wordt van de andere rijstroken gescheiden door middel van een ononderbroken lijn. De ‘echte’ spitsstrook doet buiten de spitsuren om namelijk dienst als vluchtstrook. Wanneer de spitsstrook open is voor verkeer, wordt dit aangegeven door middel van groene pijlen op het verkeerssignaleringssysteem. In dat geval mogen weggebruikers over de doorgetrokken lijn rijden. Dit geldt ook voor de zogenaamde puntstukken (delen van een verdrijvingvlak die aan afrit markeren).

De ‘echte’ spitsstrook is een zeer effectieve noodoplossing om verkeersdruk op bekende knelpunten de verminderen. Er hoeven geen grootschalige werkzaamheden uitgevoerd te worden om een extra rijstrook aan te leggen. Het asfalt ligt er immers al. Een plusstrook wordt altijd speciaal aangelegd om de wegcapaciteit te vergroten tijdens de spitsuren.

De spitsstrook heeft echter een behoorlijk nadeel. Zodra de vluchtstrook verandert in een extra rijstrook (spitsstrook) is er geen vluchtmogelijkheid meer voor verkeer dat in de problemen komt. Een voertuig dat te maken krijgt met een technisch mankement zal in dat geval op de reguliere rijbaan moeten stoppen. Dit is uiteraard geen wenselijke situatie. Om dit probleem te ondervangen is iedere spitsstrook voorzien van pechhavens en een camerasysteem. In geval van incidenten of calamiteiten kunnen medewerkers van de Verkeerscentrales van Rijkswaterstaat deze opsporen en de spitsstrook afsluiten. Zo wordt de spitsstrook weer vluchtstrook en ontstaat er een veilige en bovendien werkbare situatie voor eventuele hulpverleners.

Wanneer het zicht door het camerasysteem door bijvoorbeeld slecht weer belemmerd wordt, kan Rijkswaterstaat de veiligheid van de weggebruikers op de spitsstrook niet garanderen en besluit deze dan ook niet beschikbaar te stellen. Bij veel automobilisten stuit dit op onbegrip, omdat juist bij slecht weer zo een extra rijstrook meer dan welkom is. Met name in november 2011 bleven tijdens diverse spitsuren de spitsstroken afgesloten. De dichte mist zorgde er voor dat de medewerkers van de verschillende verkeerscentrales eventuele pechgevallen of andere incidenten op de spitsstrook niet konden opmerken, waardoor en in dit soort gevallen zeer onveilige situaties konden ontstaan. Dit leverde, uiteraard in combinatie met het slechte weer, lange files op.

In het afgelopen jaar kwamen er op maar liefst zeven verschillende trajecten spitsstroken bij. Dit betekent allerminst dat het een nieuw fenomeen betreft. Al in 1996 werd bij wijze van proef de vluchtstrook van de A28 richting Utrecht tussen de afritten Den Dolder en De Uithof tijdens de spitsuren beschikbaar gesteld voor het verkeer. Dit bleek een schot in de roos. Door die ene extra rijstrook bleek het verkeer richting de domstad stukken beter door te stromen. In de 14 jaar die daar op volgden kwamen op 18 verschillende trajecten spitsstroken beschikbaar. In 2010 werd op vijf van deze trajecten de spitsstrook weer opgeheven, nadat de rijbaan in zijn geheel verbreed was.

De forse toenamen van het aantal spitsstroken in 2011 had alle te maken met de Spoedwet Wegverbreding die sinds januari 2009 van kracht is in Nederland. Hierdoor kan de overheid snel beslissingen nemen en direct tot actie overgaan. De huidige minster van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen besloot afgelopen jaar bovendien dat de spitsstroken eerder opgesteld mochten worden. Waar eerst 1500 passerende voertuigen per uur de grens was, is deze bijgesteld naar een uurintensiteit van 1350 voertuigen. In de praktijk betekent dit dat de spitsstroken gemiddeld een half uur langer open zijn.

Bron: De VerkeersInformatieDienst